![]() |
![]() |
|
|
Beschrijving tempel van Al-Derr
|
Tempelgebouw zelf
|
Al-Derr had een stenen tempel door Ramses II opgedragen aan
Amun-Ra. De bouw van de tempel is eigenlijk eenvoudig en grijpt terug naar
de tempel van Abu-Simbel. Het eerste atrium (centrale binnenplaats), verdeeld
in vijf zuilengangen met 12 vierkante pilaren, waarin muurschilderingen die
verslag doen van de strijd tegen de Nubiërs, geeft toegang tot een tweede
atrium met een plafond wat door 6 vierkante pilaren wordt ondersteund.
De muren van dit atrium zijn bedekt met schilderingen van meer religieuze
aard, waar de farao rituelen uitvoert en offerrandes doet in de vertegenwoordiging
van diverse godheden, onder hen de vergoddelijkte Ramses II zelf.
![]() |
![]() |
|
|
Offerande, vlnr Seth, Ramses II, Ptah
en
Ra-Harakty |
Links Ramses II en Ra-Harakhty
|
Vanaf hier, begeeft de bezoeker zich naar het centrale heiligdom
met de zittende beelden van de godheden die in het heiligdom worden vereerd.
Ra-Harakhty, de zelfbenoemde Ramses II, Amun-Ra van Thebe en Ptah van Memphis.
Aan de zijkanten van het centrale heiligdom bevinden zich 2 zijkapellen.
In 1964 is de tempel ontmanteld en 10 kilometer verderop noordelijk herbouwd,
in de nabijheid van de tempel van Amada. Heden ten dage is het eerste atrium
nog slechts te herkennen door de restanten van de pilaren, ondanks dat, de
rest van het gebouw is in goede conditie en is het mogelijk de verminkte beelen
en de veranderingen te herkennen die de Kopten hebben veroorzaakt toen ze
de tempel ombouwden tot een christelijke kerk.

De woestijn vanaf de site van Amada

Aniba, door de oude egyptenaren Mi'am genoemd, was gelegen op
de Westoever van de Nijl. Tijdens het Nieuwe Koningkrijk wer de stad het administratieve
centrum van Wawat (Lager Nubië) en werd daardoor belangrijk.
Aniba had een fort, waarschijnlijk opgericht gedurende het Middel-Koningkrijk
en later uitgebouwd tijdens het Nieuwe Koningkrijk, ook een tempel van Horus
of Mi'am, opgericht door Senusret I (twaalfde dynastie), later herbouwd tijdens
de achtiende dynastie.
Om de stad heen lagen verscheidene begraafplaatsen uit de diverse tijdperken,
met in rotsen uitgehouwen tombes.
Een van deze tombes is wellicht het meest belangrijke monument van Aniba.
Het is de tombe van Pennut, gouverneur van Uauat en hoofdopzichter van de
tempel van Horus van Mi´am gedurende de regeerperiode van Ramses VI
(ca. 1141-1133 vChr.).
De vrouw van Pennut, Takha geheten, had de taak van zangeres in de lokale
tempel.
![]() |
![]() |
![]() |
muurschilderingen in de tombe
Pennuts tombe is uitgehouwen in rots en heeft de vorm van een kruis. Achter de ingang is een atrium (centrale binnenplaats), in de vloer, tussen de ingang en het heilige der heiligen, ligt een grafkamer-bron. De muren van deze kamer zijn volledig bedekt met muurschilderingen die de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Pennut uitbeelden, zoals zijn toewijding voor een standbeeld van Ramses VI in de tempel van Al-Derr of momenten die begrafenisrituelen voor zijn overleving na de dood beschrijven. Bijvoorbeeld kan men de god Anubis zien staande naast de sarcofaag van Pennut, terwijl de godin Isis, in het wit gekleed en Nephtys in het rood, weeklagen, hun armen geheven in vertwijfeling. Dan is daar ook een prachtige beeltenis van Horus die Pennut en zijn vrouw naar de god Osiris, heerser over het leven na de dood, toeleid. Osiris zit hier op een troon waarachter de godinnen Isis en Neftis.

Vanuit het atrium, gaan de bezoekers naar het achterin gelegen heilige der heiligen, dat drie onvoltooide beelden bevat van godheden, in de rotswand uitgehakt. De tombe van Pennut is gelukkig gered van het wassende water van het Nassermeer en terug opgebouwd, 8 kilometer noordoostelijk van zijn oorspronkelijke plaats, in de buurt van de tempel van Amada.
![]() |
![]() |
|
|
De ezelkarmeneer had weer zijn pondjes
binnen
|
Terug op de sloep
|
Na deze monumenten weer terug naar de boot waar we borrel met reisgenoten zouden hebben en daarna diner en Nubische folklore-avond.
